Kreta is een streek met uitersten: woest ogende ruige bergen staan in schril contrast met vruchtbare vlakten, groene boomgaarden en lange stranden.
Het eiland wordt gedomineerd door drie hoge, in elkaar overlopende kalksteenmassieven, waarvan het centraal gelegen Idi-gebergte een top bereikt van maar liefst 2456 meter. In het zuiden formeren de vrijwel loodrecht uit zee oprijzende rotsen idyllische baaien.
De berghellingen gaan in noordelijke richting over in glooiende heuvels en vlakke kuststroken. Juist dit deel wordt door de Kretenzer optimaal benut: wijngaarden strekken zich uit in het noordoosten terwijl de bewoners in het noordwesten zich toeleggen op de citrusteelt.
De tijd lijkt stil te hebben gestaan op de Lassithi hoogvlakte waar nog met vlegels het kaf van het koren wordt gescheiden. De oudere bevolking, overwegend in donkere kledij gestoken, talrijke molens en boerengehuchten maken het beeld van deze vlakte compleet. Spectaculair is het nationale Park Samaria in het westen van Kreta.
De diepe kloof van Samaria is 18 kilometer lang, op meerdere plaatsen slechts enkele meters breed en eindigt aan de zuidkust. Verspreid treft men verder vele olijfbomen en kleine akkers aan; in het zuidoosten zijn tuinbouwkassen. Een bijzondere bezienswaardigheid op Kreta is de aanwezigheid van de zeeschildpad ‘Caretta caretta’. Op de stranden Rethymnon en Chania komen deze schildpadden elk jaar eieren leggen.