De ‘zetel der Goden’, het Olymposgebergte (top 2917 meter), vormt de grens van Thessalië en het noordelijke Macedonië.
Het Nationale Park van dit massief bestaat uit een aantrekkelijk landschap met beboste hellingen (beuken, naaldbomen) en fraaie vegetatie tussen de vele spelonken en kloven. De enorme vlakte van Thessalië, beter bekend als de ‘korenschuur van Griekenland’ beslaat uitgestrekte koren- en katoenvelden.
In het westen (Meteora) zijn de loodrechte en door natuurelementen afgesleten rotswanden een uniek verschijnsel. Rustgevend en groen is het mooie bergland van het Piliongebergte op de smalle landtong ten oosten van Volos.
Midden Griekenland wordt voornamelijk beheerst door groene bergmassieven met kale pieken. De bergtoppen van Parnassos bereiken zelfs een hoogte van 2457 meter en zijn voor een groot deel van het jaar met sneeuw bedekt. Kronkelende rivierdalen, een groot stuwmeer en door twee Nationale Parken (Parnassos en Iti Oïti).
Een heel andere aanblik toont het land nabij de kusten. Het dal bij Amfissa wordt in beslag genomen door uitgestrekte olijfboomgaarden (zo’n 1,5 miljoen bomen) die tot aan de Golf van Korinthe reiken. In het zuidwesten ligt de moerasachtige delta van de rivier Acheloos met iets landinwaarts de vruchtbare vlakte van dezelfde rivier. Verspreid treft men natuurlijke (geneeskrachtige en/of warme) bronnen aan.