Mykonos, de metropool van de vakantiegangers, schilders en andere artiesten, ligt in een lijn met en ten zuiden van de eilanden Andros en Tinos van het Cycladenrijk.
Het dorre eiland bestaat uit lage heuvels die hier en daar met struikgewas zijn begroeid. Vooral op het zuidelijke deel is sprake van tuin- en akkerbouw. Tegen de rotsachtige hellingen langs de zuidkust liggen stenen muurtjes die de paradijselijke baaien met stranden tegen de wind beschutten.
Toch is het kale eiland zeer schilderachtig: de in de wind draaiende wieken van talrijke ronde, witte molentjes zijn een lust voor het oog. Boven blinkend wit gekalkte huizen staan fotogenieke duiventorens en er zijn zo’n 360 kerkjes voornamelijk gewijd aan het schutspatroon der zeelieden. Bezienswaardig zijn de kloosters Agios Panteleimon en Turliani.